Als amateurromanschrijver ontdekte Stephen, die naast zijn veeleisende beroep als astrofysicus net de veertig was gepasseerd, een ware passie voor het schrijven. Nu de vakantie ten einde liep, besloot hij eindelijk aan een nieuw verhaal te beginnen.
Het was half maart. De hemel was op deze vroege namiddag uitzonderlijk helder.
Terwijl Stephen uit het raam keek, werd zijn aandacht getrokken door de glans van een schitterend voorwerp dat een ekster in haar snavel droeg. Nieuwsgierig volgde hij de vlucht van de diefachtige vogel en kwam uit bij een talud vol achtergelaten afval. Daar ontdekte hij een kistje met enkele juwelen en kleitabletten bedekt met tekens die opvallend veel leken op het oude spijkerschrift.
Wat waren deze voorwerpen precies? Waren ze authentiek?