De zeventienjarige Gérard Vandervelde rondt zijn opleiding aan het Conservatorium van Luik af op het moment dat Europa in oorlog wegzinkt. Al vanaf de eerste dagen van het conflict wordt hij geconfronteerd met de gruweldaden van de Duitse troepen die België binnenvallen. Hij wordt meegesleurd in de chaos van de gevechten en op de wegen van de ballingschap, terwijl hij wanhopig probeert de mensen van wie hij houdt te redden. Maar deze oorlog is een allesverwoestende vloedgolf waarin overleven haast een wonder is.
Alles lijkt verloren in de afgrond van lijden waarin de mensheid wordt gestort door de beslissingen van een handvol criminelen die in de schaduw van de kanselarijen opereren. Net als miljoenen andere jonge mannen ondergaat Gérard de verschrikkingen van de oorlog, verscheurd tussen zijn geweten en een brandend verlangen om de slachtpartijen die zich voor zijn ogen hebben afgespeeld te wreken.
Liefde, vriendschap en muziek zijn de enige sterren die blijven schitteren aan een stormachtige hemel, doorkliefd door bliksemschichten. Een roman die liefhebbers van muziek, luchtvaart en geschiedenis zal weten te bekoren, evenals iedereen met een passie voor de paardensport.